Krielfoktomen bestaan meestal uit vier tot zes Hennen en een Haan.
Bij voorkeur neemt men overjarige dieren, omdat deze volkomen volwassen zijn.
Zijn de hennen ouder dan overjarig, dan is een Jonge Haan, dus een geboren in het vorig jaar, het meest geschikt.
Zijn de hennen aan de eerste leg, dan wordt bij voorkeur een twee-, drie-, of vierjarige Haan gekozen.
Teelbaarheid bij hoenders duurt langer dan men gewoonlijk aanneemt en neemt weinig af tot aan het zesde levensjaar.
Wel neemt de legkracht van de hennen af, die in het eerste jaar het grootst is.
Voor een goede bevruchting is het niet alleen, nodig dat de fokdieren gezond zijn, dank zij een aangeboren vitaliteit, goede voedering en doeltreffende huisvesting,
maar ook dat de dieren aan elkaar gewend zijn. Hoewel tien dagen na het samenstellen van de foktoom de eieren al bevrucht kunnen zijn, is rust in de foktoom daartoe noodzakelijk.
Het is na enige tijd wel noodzakelijk om voor bloedverversing te zorgen, onder bloedverversing verstaat men gebruikmaking van dieren die minder verwant zijn.
Meestal volstaat men in kringen van rasfokkers met de aankoop van een FokHaan bij een andere fokker.
Hoe sterk dan de bloedverversing is, hangt af van de meerdere of mindere verwantschap tussen de dieren van de koper en verkoper. Hoe geringer de verwantschap, des te meer bloedverversing.
|